Bij het afleggen van het 150 kilometer lange Jabikspaad zal men onderweg naast het Nederlands niet minder dan vier verschillende talen en dialecten tegenkomen.
 
De Friese vlag Het Fries
 
Het Fries of Frysk is een Germaanse taal, die voor velen in de provincie Fryslân de voertaal. Tot in de zestiende eeuw was het Fries de officiele taal van bestuur en rechtspraak. Met het verloren gaan van de Friese vrijheid rond 1500 en de invloed van machthebbers en overheidambtenaren van buitenaf werd de positie van het Fries aangetast. Inmiddels is het Fries erkend als tweede rijkstaal.
In Duitsland worden nog een tweetal Friese dialecten gesproken; het Noordfries langs de kust van Sleeswijk-Holstein, het Oostfries of Salterlands in de omgeving van Oldenburg.
 
Lees verder >>  
 
 
Oude kaart van het Bildt Het Bildts
 
De gemeente het Bildt grenzend aan de Waddenzee, ligt in de vroegere monding van de Middelzee die tot in de tiende eeuw Friesland tot aan de lijn Sneek-Bolsward in tweeën deelde in Westergo en Oostergo. Daarna werd de Middelzee stukje bij stukje ingepolderd. Tot ongeveer 1300 was de Middelzee terug gedrongen tot de lijn Beetgum-Stiens.
De gemeente het Bildt bestaat uit globaal drie polders, die door de opeenvolgende dijken duidelijk in het landschap herkenbaar zijn. De oudste polder is het Oudbildt dat ontstond door de aanleg van de Oudebildtdijk in 1505 is ontstaan. De Nieuwebildtdijk is in 1600 opgeworpen waardoor het Nieuwbildt van de zee werd afgeschermd. Oostelijk van Zwarte Haan werd in 1715 de huidige zeedijk aanlegd, daarmee voltooiden de Bildtpôlen de definitieve grens met de Waddenzee. Aan de eerste inpoldering in 1505, uitgevoerd door bedijkers uit Holland, Brabant en Zeeland en "diverse andere naciën" heeft het Bildt zijn taal te danken: een mengtaal van oud Nederlands met sterke Friese invloeden. Dit toch sterk van het Fries afwijkende dialect wordt tot op de dag van vandaag gesproken, er worden boeken in het Bildts geschreven en de meeste toneelverenigingen brengen hun jaarlijkse toneelstuk in het Bildts.
 
Lees verder >>  
 
 
Gemeentewapen Stellingwarf De Stellingwerven
 

De Stellingwerven, bestaande uit de gemeente West- en Ooststellingwerf, heeft een van oorsprong Nedersaksische bevolking met een eigen taal en cultuur.
De Stellingwerven liggen tussen de rivieren de Tjonger of Kuunder in het noorden en de Linde of Lende in het zuiden.
In de laatste IJstijd (10.000 v. Chr.) leefden in dit gebied rendierjagers: de z.g. Tjongercultuur. Onder het Frankische bestuur behoorde het huidige Stellingwerf tot de gouw (=bestuurseenheid) Thriënte, waarvan ook Noordwest-Overijssel en Drente deel uitmaakten. De gouw kwam in 1046 onder het wereldlijk bestuur van de bisschoppen van Utrecht (het Sticht). In 1309 belegerden Stellingwervers samen met Friese boeren het bisschoppelijk kasteel in Vollenhove. Het conflict ging over de pacht van de z.g. Broeklanden rondom IJsselham en Oldemarkt, die door de Stellingwerver en Friese boeren werden gebruikt voor het winnen van hooi en het weiden van jongvee. Met de opstand tegen de bisschop ontstond de Vrije Natie der Stellingwerven, de eerste boerenrepubliek op Nederlandse bodem. De komst in 1498 van de Hertog van Saksen in Friesland betekende het einde voor de onafhankelijke boerenrepubliek. Stellingwerf werd bij Friesland gevoegd en werd in 1500 een gewone Friese grietenij.
 
Lees verder >>  
 
 
Wapen provincie Overijssel Noordwest-Overijssel
 
Noordwest-Overijssel, -de Kop van Overijssel-, is een waterland met de fraaie natuurgebieden De Weerribben en De Wieden.
Na de IJstijd vormde zich in de laaggelegen plassen en moerassen van Noordwest-Overijssel laagveen uit de resten van planten. De eerste landbouwers in dit gebied vestigden zich omstreeks 900 op hoge keileemruggen zoals bij Barsbeek.
Vanaf de twaalfde eeuw ontgonnen kolonisten het veen voor veeteelt en landbouw. Door ontwatering ging de grond inklinken, waardoor het alleen nog maar geschikt was voor grasland.
In de Middeleeuwen ontdekte men dat turf een goede brandstof was. In West-Nederland groeide de vraag naar turf. De eerste grootschalige vervening vond vanaf de zestiende eeuw plaats in de Wieden. De vervening was eerst nog niet aan regels gebonden. Om zoveel mogelijk turf te kunnen winnen werden de legakkers waarop het veen gedroogd werd smal gehouden en werden de stroken waar het veen werd afgegraven, de latere petgaten, breed gemaakt. Bij stormen werden de te smalle legakkers weggeslagen en ontstonden grote plassen of wieden.
Bij de latere ontginning van de Weerribben werden de ribben of legakkers voldoende breed gehouden, zodat ze bij storm niet werden opgeslokt door de weren of petgaten.
 
Lees verder >>