De zwarte stern
De Zwarte Stern is kleiner dan een visdiefje. Zwarte
sterns zijn vogels van ondiepe, zoete tot brakke
moerassen en wateren. Gebroed wordt in zompige weilanden
en verlandingszones, bij voorkeur in velden van
krabbescheer en op eilandjes van plantenresten. In de
broedtijd worden vooral grote insekten gegeten.
Daarnaast staan ongewervelden en vis op het menu.
Ze broeden in kolonies en hebben geen territorium. Het
zijn trekvogels, die 's winters voor de kust van
tropisch West-Afrika bivakkeren.
De zwarte stern staat op de Rode Lijst omdat sprake is
van een sterke afname van zowel de omvang als de
verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie.
Bovendien broedt meer dan een kwart van de Westeuropese
zwarte sterns in Nederland.
Rond 1900 was de zwarte stern een gewone broedvogel van
laagveenstreken, het rivierengebied en in mindere mate
van vennen op de zandgronden. Een voorzichtige schatting
komt op tenminste 10.000 tot 20.000 broedparen. Reeds
vroeg in de eeuw werd gesproken van een afname, een
tendens die in de jaren vijftig steeds duidelijker naar
voren kwam. Hele kolonies van ettelijke tientallen paren
verdwenen in enkele jaren tijds als sneeuw voor de zon.
Rond 1975 waren nog zo'n 2000-3000 paren over, nu is dat
verder geslonken tot 900-1400 paren, voornamelijk in
Friesland, de Kop van Overijssel, de Utrechts-Hollandse
veenplassen en de Gelderse Poort.
Naast de negatieve trend valt op, dat de aantallen van
jaar tot jaar sterk schommelen. Positieve uitschieters
worden deels veroorzaakt door droogte in buitenlandse
broedgebieden. De sterns ontvluchten dergelijke gebieden
en kunnen vervolgens voor één broedseizoen binnen onze
landsgrenzen nestelen.
De afname van de zwarte stern kent verschillende
oorzaken. Erg belangrijk is de grootscheepse afname van
krabbescheer, de belangrijkste leverancier van
nestgelegenheid. Die afname heeft alles te maken met
watervervuiling, of beter gezegd: Met het inbrengen van
gebiedsvreemd hard water in veensloten en -plassen.
Verder speelt de sterk toegenomen bemesting en de
verdroging van veel veengraslanden een grote rol. Juist
op weinig bemeste graslanden komen namelijk veel grote
insekten voor. Op plaatsen waar zulke extensieve
graslanden nog bestaan, bevinden zich de laatste zwarte
stern-bolwerken in ons land! In hoeverre de situatie in
de winterkwartieren mede verantwoordelijk is voor de
aantalsafname is niet bekend. Nader onderzoek kan hier
wellicht uitsluitsel over geven.
Bron: IVN Vecht en Plassengebied (http://www.geocities.com/ivn_vecht_en_plassengebied/index.html)