Het dorp 'Tsjummearum' ligt aan de fietsroute van Sint Jabik naar Franeker. Het dorp heeft ongeveer anderhalf duizend inwoners. Akkerbouw en tuinbouw waren vanouds de belangrijkste bronnen van bestaan.
Tzummarum is gesticht op de strandwal die na de Romeinse tijd ten noorden van Westergo ontstond. De grond bestaat uit zeeklei die in de hogere delen overgaat in goed bewerkbare en zeer vruchtbare zavelgronden. Het gebied wordt door de Friezen de Bjirmen genoemd en tot de gemeentelijke herindeling van 1984 vormde het de gemeente Barradeel. De herberg aan de weg naar Minnertsga draagt nog steeds de naam van de vroegere Grietenij.
Het adellijk geslacht dat in de Middeleeuwen een grote rol in het dorp speelde waren de Roordama's of de Roorda's. Onduidelijk is of de tegenwoordige Roorda's een directe band met deze krijgshaftige familie hebben.
Leden van het roemruchte geslacht maakten deel uit van de Friese Kruistochtlegers. Van één dezer kruisridders bleef eeuwen lang de schedel op de stamboerderij bewaard. "Gij zult mij weerzien, dood of levend, al zou het alleen mijn hoofd zijn", had hij zijn vrouw bij zijn vertrek beloofd. Op een dag bracht zijn schildknaap het hoofd naar de Stins. Het kistje moet nog steeds ergens bewaard worden.
In de elfde eeuw werd in het centrum van het dorp, hoog op de terp een grote tufstenen Romaanse kerk ter ere van Sint Martinus van Tours gebouwd. Rond 1500 werd voor deze kerk een zware zadeldaktoren van baksteen gebouwd in laatgotische stijl. Een rijk bewerkte toren met spaarvelden, gotische tracering en korfbogen.
Met de reformatie verdwenen de witheren en kwamen de predikanten die tot op heden Tzummarum geestelijk leiding geven. Hervormd en Gereformeerd zijn nu 'Meiinoar Op Paad'. In de eeuwen daarna werd Tzummarum een karakteristiek "bouhoekedorp" met mooie woningen en winkeltjes op de terp.
In 1771 werd tussen Firdgum en Tzummarum het eerste stuk bouwland met aardappelen gepoot. Daarvoor was de aardappel een tuingewas geweest. In de herfst voer het eerste schip met aardappelen van Franeker naar Amsterdam. De zegetocht van de aardappel van curiositeit naar volksvoedsel begon in Tzummarum!
In de vijftiger jaren van de twintigste eeuw verdween de werkgelegenheid in de Friese akkerbouw. De ontvolking van het platteland sloeg diepe gaten in de dorpsgemeenschap. De Randstad, maar vooral ook de Verenigde Staten en Canada trokken vele ondernemende jonge mensen. Mensen op weg naar het "Wrede Paradys" In deze jaren pelgrimeren ze terug naar de dorpen van "Pake en Beppe". De geschiedenis van Tzummarum is in dezen exemplarisch te noemen.Tzummarum - Tsjummearum, Franekeradeel
Een van de in dit gebied ontstane woonkernen die uitgroeiden tot dorpen was het 'Heem van Thiadmar'. Thiadmar of Ditmar betekent: 'vermaard onder het volk'. In het Grieks 'Democles'. In Friesland komt de naam nog voor als Ditmer. Tzummarum kwam aan de Hoge Hereweg te liggen die van de zeekust naar het zuiden leidt.
De Roorda's
Kerken en Kloosters
Met veel moeite werd in 1870 de historische kerk afgebroken omdat restauratie te kostbaar zou zijn. Er kwam een Neo - gotische kerk in Engelse stijl voor in de plaats. Een voor Friesland weinig gebruikelijke stijl. Het interieur heeft de vorm van een ruime lichte zaal.
De architect vond een zadeldaktoren niet passen bij zijn ranke tempel, zodoende kreeg Tzummarum een hoge spits.
In 1182 werd ten Westen van het dorp de Premonstratenzer Abdij Mariadal gesticht. Dit klooster kreeg grote invloed op het dorp. De pastoors waren priesters uit de abdij en enkele pastoors van Tzummarum werden weer abten van Lidlum. De 'Heer' van het dorp, Johannes Roordama voerde letterlijk oorlog tegen het machtige klooster. Op zijn oude dag kreeg hij daarover berouw en hij stichtte het klooster Bethanië ten Oosten van het dorp. Hier woonden tot 1580 begijnen die de kost met weven verdienden.
De Nieuwe Tijd
In de laatste decennia van de vorige eeuw hebben de bewoners van het aloude dorp nieuw élan aan hun gemeenschap geschonken.