De NH Kerk in Minnertsga

Minnertsga.
 
Het dorp Minnertsga, dat ligt in de bouwhoek van noordwest Friesland, mag zich verheugen in een kerk, die qua grootte en ouderdom zijn gelijke in de omgeving niet direct kent. 
Als je Minnertsga nadert zie je van verre deze kerk met zijn robuuste toren staan. De geschiedenis van dit dorp strekt zich uit over een periode van meer dan 1000 jaar en is dus veel ouder, dan de rest van de gemeente het Bildt, waar Minnertsga sinds 1984 deel van uit maakt. De naam Minnertsga komt in 1168 voor het eerst in de boeken voor als bisschop Godefried van Utrecht de helft van de kerkelijke goederen van de parochie "Minnersghae" schenkt aan frater Eilwerd van Ludingakerke. Het staat dus vast, dat Minnertsga in 1168 al een parochiekerk had. Onderzoek heeft uitgewezen, dat de kerk omstreeks 1120 is gebouwd. Dit was te zien aan de turfstenen, die in de fundamenten zijn gevonden bij de opgravingen in 1950, na de grote brand in juni 1947. Deze tufsteen kwam uit het Rijnland en werd alleen maar in deze periode gebruikt. Na 1200 begonnen ze hier met de baksteenindustrie en hadden ze deze tufsteen niet meer nodig. Het kerkje, dat er toen stond, was qua lengte ongeveer de helft van de tegenwoordige Hervormde kerk en ook het dak was veel lager. In de 13e eeuw is de kerk groter gemaakt en omstreeks 1450 kreeg de kerk de grootte, die het nu heeft. De Minnertsgaasters hadden toen wel hun kerk maar de toren stond er nog niet. Met de bouw van deze toren is men begonnen op 23 mei 1505, zoals te lezen staat op de rode Bremer dorpelsteen, die links van de ingang, in de toren is ingemetseld. Toen de bouw van de toen, met een hoogte van meer dan 40 meter, voltooid was, zijn ze begonnen met het verbindingsstuk tussen de kerk en toren. De toren stond eerst nog los van de kerk. Er was een ruimte van ongeveer 3,5 meter, die voor een del werd opgevuld met de stenen uit de westgevel, omdat deze muur toch niet meer nodig was. 
Dat de kerk een meter hoger staat dan de omgeving is niet omdat de kerk op een terp is gebouwd. De grond bevat geen cultuurresten of andere sporen van menselijk bewoning. De aarde, die men nodig had om de kerk toch op een verhoging te zetten, kwam uit de gracht rondom de kerk. Deze gracht liep door tot bijna bij de gracht van de boerderij Groot Hermana, waar in vroege tijden het slot van het vermaarde geslacht Hermana stond.  De toren had bij de bouw een hoge spits. Deze spits is in 1552 getroffen door de bliksem en te pletter gevallen. Omstreeks 1590 is er een zadeldak op gebouwd. In de westzijde van de toren staat het jaartal 1818. Dit geeft niet het bouwjaar van de toren aan, maar verwijst naar het feit, dat het zadeldak toen is gerestaureerd. Bij de brand van 3 juni 1947 werd de kerk met de massieve toren bijna verwoest, maar in 1955 stond de Ned. Herv. Kerk er toch weer bij, zoals hij er nu ook nog uitziet. Wel is het interieur door de brand drastisch veranderd. De preekstoel komt uit de Doopsgezinde kerk van Blija en het orgel uit de Hervormde kerk van Welsrijp. Ook liggen er oude grafstenen op de vloer uit de afgebroken Galieërkerk te Leeuwarden. Voor in het koor liggen grafstenen van oude Minnertsgaaster geslachten.
In de wanden van de toren komen oude deurtjes voor. De ene geeft toegang tot een cel of het z.g. "hunegat" (hondegat), waar de plaatselijke misdadigers werden opgesloten voor hun berechting of de dronkaards om hun roes uit te slapen. Deze cel is geheel in de muur (2,65 meter dik) uitgespaard. De andere deur geeft toegang tot de torentrap. Achter de gemetselde balustrade of omloop van de toren staande, heeft men naar alle kanten prachtige vergezichten over het friese land en de wadden. Bij zonnig en ruw weer en in de verschillende jaargetijden geeft het landschap steeds een wisselend beeld.
 
Minnertsga is het oostelijkste dorp op de strandwal van de "Bjirmen" (van Wijnaldum tot Minnertsga); een gebied met zeer oude bewoning. Vanwege de landschappelijke schoonheid wordt het gebied "het Umbrië van Friesland" genoemd. In de vroege Middeleeuwen was het een eiland. De monniken van het Lidlumer klooster zorgden voor de bedijking.