De Sjaerda stins

Franeker
 
Omstreeks het jaar 1000 werd in Westergo het ene na het andere gebied ingepolderd. De kwelder werd polderland. Dit polderland was een gebied van kleine boerengemeenschappen. De polderdijk bepaalde een deel van de plattegrond.
Eeuwenlang is Franeker een dorp geweest met ga of gae, net als in Minnertsga. In Franekeraghae was echter ook een zetel van het gerecht. Voor een edelman was het van belang in Franeker een versterkte woning te hebben.
In 1402 weet Franeker een marktbrief te verwerven. In zo'n brief werd bepaald dat op marktdag een speciale rechtspraak in de stad gold. Dit bevorderde de zelfstandigheid van de stad. In 1474 krijgt Franeker het hoofd- en halsrecht en in 1485 mag Franeker zijn eigen munten slaan. Zo komt Franeker geleidelijk aan op eigen benen te staan.
In Franeker lieten de Sjaerda's een versterkte woning buiten de stad bouwen. Dit slot is later afgebroken. Het land kwam in handen van een zekere Sjuk. Het terrein heet nu het Sjūkelān.
 
In 1677 werd in Harlingen het dagboek gepubliceerd van Foppe Foppes, een zoon van de havenstad, onder de titel: "AANMERKELIJKE VOYAGIE na de OOSTZEE", waarin hij op rijm verslag doet van zijn belevenissen. Op Sint Jacob 25 juli "oude Stijl" gaan zijn gedachten naar het Franeker van zijn jeugd; omstreeks 1650.    klik hier (fries) >>  
 
Het Ontstaan van Franeker
 
Om de relatie tussen Franeker en Jacobus te kunnen begrijpen, is het nodig naar de oorsprong van de Academie stad terug te gaan. Archeologie en mythe kunnen ons bij die zoektocht naar het verleden behulpzaam zijn.
Hoogstwaarschijnlijk is Franeker omstreeks 800 in de Karolingische tijd op de rijpe kwelder ontstaan. Archeologische vondsten van voor die tijd zijn in en rond Franeker nauwelijks gedaan. De Bredeplaats verraad in haar rechthoekige vorm nog steeds het Karolingische Castellum dat de oorsprong van de stad is geweest. De Frana-eker zou de grond zijn die de Frana of Vroonheer als vertegenwoordiger van de keizer, in bezit had. Frana of Vrone is een Oud-Germaans woord voor heer. Naast de keizer had ook de kerk er een stuk land dat de naam "Godsakker" ontving.
Eeuwenlang werd in Franeker het keizerlijk recht gesproken, de Graaf van Holland werd er op het schild geheven als hij op gezette tijden als hoogste ambtenaar van de keizer in de stad kwam. In de keuren van de Upstalboom, het verbond van de zeven Vrije Friese Zeelanden, hadden de rechters van Franeker een heel speciale positie.
 
Karel de Grote
 
Ook de mythische geschiedschrijving bevestigt het belang van Franeker in de tijd van Karel de Grote. Zo wordt verteld dat Karel toen hij Friesland veroverde een eigen stuk land wilde hebben. De Friezen schonken hem toen het gebied dat nu Franeker is.
Een beroemd verhaal beschrijft de strijd tussen Karel en Redbad. De twee legers staan tegenover elkaar bij Franeker. De soldaten zien op tegen het massaal bloedvergieten en laten naar Germaans gebruik de twee koningen tegen elkaar vechten. Ook dezen zien op tegen een moordpartij en besluiten dat hij Friesland wint, die het langst op een been kan staan. Na vierentwintig uur staan beide heren nog. Dan laat Karel zijn handsschoen vallen. Redbad pakt deze in zijn hoffelijkheid op om hem terug te geven. Hij raakt daarbij de aarde met zijn voet aan, Redbad heeft verloren en vlucht naar Denemarken. Karel is Koning van Friesland geworden maar schenkt de Friezen hun Vrijheid. Ze worden niet langer door de Denen onderdrukt maar mogen in vrijheid leven, er is geen autoriteit tussen de Friezen en de Keizer. Keizer Karel onderschrijft de Friese wetten en. Franeker wordt de juridische hoofdplaats van de Friese landen. De stad ontleent haar rechten aan keizer Karel.
De legendarische oorsprong van Franeker wordt zichtbaar voor de bezoekers van de Martinikerk in de Stad.
 
de indrukwekkende pilaren Wie de kerk door de zuidelijke poort binnentreedt staat oog in oog met koningin Clothilde: de stichteres van de Frankische kerk draagt de kerk van Franeker in de hand.
Eén van de eerste heilligen die de kerkgangers op de indrukwekkende pilaren in de kerk zien is Rochus, de pestheilige van Montpellier. Jacobus en Sebastianus staan een rij pilaren verder.   lees verder (fries) >>  
Het Oogstfeest
 
De dubbele verbinding met de "akker" wijst op het belang van de akkerbouw voor Franeker. In vroeger tijd werd de landbouw sterk met de religie verbonden. Overal werden de eerstelingen van de oogst aan de goden geofferd.
De graanoogst die de basis van het voedsel vormde werd met grote plechtigheid begonnen. De Friese god van de vruchtbaarheid, Fro "Heer" geheten, werd door de Saksen in Engeland ook "Skeaf" genoemd. Sommige taalkundigen verbinden de naam van de stad Franeker en die van het Westfriese Vronen met deze graangod.
Ook de joden brachten de eerstelingen van de oogst naar de tempel. Ze herinnerden zich daarbij dat hun aartsvader Jakob een zwervende Arameeėr was geweest.
 
De graanoogst begint op onze breedtegraad in het eind van juli of in het begin van augustus. In Engeland wordt de eerste augustus "Lammesfair" gevierd. ( Loaf - Mass - fair : "de kermis van de mis met het eerste brood.") Hier en daar oogst de dominee op die dag nog steeds persoonlijk het eerste graan om daarvan het nieuwe avondmaalsbrood van te bakken. Het is de dag van de corn-dolly's: gevlochten figuren van korenaren en stro.
In Duitsland oogstten op 25 juli, Sint Jakobsdag, vrouwen, gekleed in witte jurken, het eerste graan en brachten de schoven naar de kerk om ze aan de priester aan te bieden,
In Raalte in Salland worden de Saksische gebruiken in ere gehouden. Vrouwen in lang wit "Joapikstśch" oogsten de eerste roggeschoven rond Sint Jacobsdag. Op "Stoppelhoane" worden deze schoven door de pastoor, de dominee en de burgemeester gedorst.
In Drente werden tot in deze eeuw boerderijen verkocht met de opmerking "Op Sint Jacob met de eerste garve" Deze eerste garven waren voor de geestelijkheid. Ook in Friesland kregen vroeger de dominees op vele plaatsen "op Sint Jakob" hun traktement uitbetaald.
Op de Froonakker en de Godsakker zullen de eerstelingen zeker met vreugde geoogst zijn. Zeer waarschijnlijk vormen zij de oorsprong van de beide vrouwen met de graanschoven aan weerszijden van het Franeker wapen. Misschien hebben ze zelfs deel uitgemaakt van de Franeker viering van het feest van Sint Jakob.