De gezellige haven van Blokzijl

Blokzijl
 
Oorspronkelijk was Blokzijl een uitvoerhaven van, voornamelijk, turf. Deze brandstof werd gewonnen in de achterlanden, die nu het Nationaal Park "De Weerribben" en Natuurreservaat "De Wieden" vormen.
De naam is afgeleid van Blok(huys) bij een Zijl (Sluis, Verlaat, Sas). Als "Bloxiel" wordt de nederzetting al genoemd in de 14e eeuw. Pas tussen 1581 en 1588 kreeg Blokzijl zijn huidige structuur, gerangschikt rond de binnenhaven, die omstreeks 1560 gegraven werd.
Blokzijl werd toen een vestingstadje, met aarden wallen, gebouwd in opdracht van Prins Maurits, in de strijd tegen de Spanjolen (Tachtigjarige Oorlog).
In 1590 kreeg deze forteresse van de Prins "rechten gelijk een stad", compleet met vlag en wapen. Die rechten werden in 1672 bevestigd door Stadhouder Willem III, omdat de burgers, met hulp van de Friezen, het leger van Bommen-Berend (Bisschop van Munster en Keulen) wist  te verjagen. Van Blokzijl begon de victorie, waarop die van Groningen 14 dagen later zou volgen.
Inmiddels was Blokzijl uitgegroeid tot een welvarend koopmansstadje. Uit die tijd (1640-1700) dateren de meeste woonhuizen in de oude kern. Let eens op de gevelstenen. De zolders en souterrains dienden dikwijls als opslagplaats, voor goederen die over de Zuiderzee waren aangevoerd, bestemd voor overslag naar het achterland, en omgekeerd. Het zal de kenner opvallen dat veel van de klok-, hals, trap- en lijstgevels doen denken aan de architectuur, zoals men die in Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en andere Zuiderzeestadjes aantreft. Geen wonder, want de bouwers waren grotendeels afkomstig van de overzijde van het toen woelige water.
De Brouwerstraat Rond 1650 stond op de toenmalige Waag: "Blokzijl heeft in getal, meer schepen dan Overijssel heel en al." Het was de thuishaven van circa 160 zeegaande Karvelen, Smak- en Fluitschepen, Tjalken en talloze binnenvaartscheepjes.
Behalve een bloeiende nering bezat Blokzijl ook nog al wat "industrie". Zo waren er vijf brouwerijen, drie scheepswerven (met toeleveranciers als houtzagerijen, zeilmakers en touwslagers). Op de Zuiderwal stond een zoutziederij, en aan het Noorderdiep kalkovens en een traankokerij (ten behoeve van de eigen Groenlandsche Compagnie). Men vervaardigde er biezen matten en op de wallen stonden een aantal industrie-molens.
Op het pleintje bij de sluis staat het standbeeldje van "Kaatje" (1672-1732). Als men met de linkerhand over haar bronzen bolletje strijkt, kan dat geluk in de liefde opleveren (zegt men). Met de rechter zou het materieel succes kunnen betekenen. Maar wanneer men met beide handen haar beroert, straft ze de inhalige onmiddellijk.
Aan de haven van Blokzijl treft men een kanon aan. Vroeger waren er op de wallen meer van deze kanonnen. Niet alleen voor oorlogsdoeleinden, maar ook om het achterland te waarschuwen, wanneer hoog water te verwachten viel. Bij dreigende dijkdoorbraken schoot men meerdere keren achtereen.
 
 
Voor meer informatie over Blokzijl klik op: