De Stellingwerven
De Stellingwerven, bestaande uit de gemeente West- en Ooststellingwerf, heeft een van oorsprong Nedersaksische bevolking met een eigen taal en cultuur.
De Stellingwerven liggen tussen de rivieren de Tjonger of Kuunder in het noorden en de Linde of Lende in het zuiden.
In de laatste IJstijd (10.000 v. Chr.) leefden in dit gebied rendierjagers: de z.g. Tjongercultuur. Onder het Frankische bestuur behoorde het huidige Stellingwerf tot de gouw (=bestuurseenheid) Thriënte, waarvan ook Noordwest-Overijssel en Drente deel uitmaakten. De gouw kwam in 1046 onder het wereldlijk bestuur van de bisschoppen van Utrecht (het Sticht). In 1309 belegerden Stellingwervers samen met Friese boeren het bisschoppelijk kasteel in Vollenhove. Het conflict ging over de pacht van de z.g. Broeklanden rondom IJsselham en Oldemarkt, die door de Stellingwerver en Friese boeren werden gebruikt voor het winnen van hooi en het weiden van jongvee. Met de opstand tegen de bisschop ontstond de Vrije Natie der Stellingwerven, de eerste boerenrepubliek op Nederlandse bodem. De komst in 1498 van de Hertog van Saksen in Friesland betekende het einde voor de onafhankelijke boerenrepu-bliek. Stellingwerf werd bij Friesland gevoegd en werd in 1500 een gewone Friese grietenij.
De vervening in de tweede helft van de negentiende eeuw was het begin van grote sociaal-economische veranderingen. De oprichting van zuivelfabrieken na 1880 en de landbouwmechanisatie na de Tweede Wereldoorlog veranderden het agrarische karakter van het gebied. Gelijktijdig ontstond de lichte industrie die nu een belangrijke economische rol speelt.
De naam Stellingwerf is afgeleid van de natuurlijke hoogten of werven waar de stellingen (dorpsrechters) rechtspraken.
Na 1500 werd het bestuur uitgeoefend door een grietman. Het woord "grietman" is een afleiding van "greta" dat rechter betekent.
Het Stellingwarfs
Het Stellingwarfs is een eeuwenoude Saksische taal, die nauwer verwant is aan de dialecten uit Drente en de Kop van Overijssel dan aan het Fries. De Stellingwarver Schrieversronte zet zich in voor het behoud van de eigen cultuur en het gebruik van het Stellingwarfs.
Waor de Lende
Waor de Lende zien loop deur de weilanen trok
In de vremd-wispelturigste bochten,
Daor jubelen de vogels van pure gelok
An oneindige, straolende lochten.
Ja, doar pronken de pettens en 't bugende riet;
En van kleurenpracht tillen de tunen.
Ja, doar roesen de dennen heur donkere lied
En doar tooltert de jeugd deur de dunen.
Al die dorpies, ze liggen verspreid her en der,
Mit een karke - een koppeltien huzen:
En een botterfebriek of een schoele is er.
Soms wat groter, mit wegen die krusen.
Och, ze bin mar zo klein, mar ze bin zo vertrouwd
Veur et volk, dat er eigen mit raekte.
Want ze bin mit et zwiet van et veurgeslacht bouwd,
Dat van heidevelden weilanen maekte.
Ja, dat volk is een volk van et Saksische slag,
Dat zien eigen karakter beweerde.
Dat zien tael onderhul tot vandaege de dag!
Dat zien eigen kultuur nooit verleerde!
Ja, dat volk is deur d'íeuwen vergruijd mit zien grond,
Mit zien dorpen en eigen bedrieven.
En de Lende stroomt wieder! De stroom is gezond!
Zó zal Stellingwarf Stellingwarfs blieven!
Jouk
uut de bundel: Een handvol Speulgoed
uutgifte: Stellingwarver Schrieverronte