Rutten, 1 mei 2004

Legende uit Rutten over de martelaar Evermarus
 

Evermarus met zijn gezellen in de processie

In de achtste eeuw kwam er uit Friesland een pelgrim met de naam Evermaar. Zeven gezellen stapten met hem mee. De acht pelgrims droegen breedgerande hoeden en lange mantels. Hun hand omklemde de lange pelgrimsstaf en op hun mantel waren blanke jakobsschelpen genaaid, ter ere van Sint-Jakob, de patroon van alle pelgrims op de verre wegen. De weg was ver, maar ze stapten moedig voort, dwars door Frankrijk naar Baskenland in Spanje. Naar Sint-Jakob van Compostella. Na enkele maanden keerden ze terug, zielsgelukkig dat ze onverlet bleven op de gevaarlijke pelgrimstocht.
Ze kwamen over de Ardennen maar voor ze naar huis terugkeerden, wilden ze nog eerst de goede heiligen onderweg vereren. Ze gingen eerst naar Nijvel, dan naar Stavelot. Ze wilden ook nog langs Maastricht, waar de grote bisschop Servatius begraven lag. Onderweg verdwaalden ze echter in een bos bij Rutten.
Hakko met zijn trawanten in de processie Het was al duister toen ze een woning bereikten. Ze kopten aan en een vrouw deed open. Evermaar zei: "In 's hemelsnaam, laat ons hier rusten tot morgenvroeg. Wij komen uit Compostella." De vrouw stemde toe maar waarschuwde hen dat haar man, Hakko, hoofdman was van een roversbende. Als hij hen zou aantreffen 's morgens, zou hij hen zeker vermoorden. Evermaar beloofde in de schuur te slapen en 's ochtends vroeg te vertrekken.
Een kwartier nadat de pelgrims vertrokken waren, kwam Hakko thuis. Een knecht vertelde wat er gebeurd was en Hakko trommelde zijn spitsbroeders bijeen. Samen donderden ze het erf af, de pelgrims achterna. Na uren zoeken, vonden ze de pelgrims, die alweer wat lagen te slapen in het bos. Hakko maakte hen wakker en vermoordde zeven gezellen. De jongste onder hen kon echter ontsnappen, maar werd al vlug betrapt door de rovers. Na een achtervolging van een uur werd ook hij vermoord. Hakko en zijn trawanten stalen het bezit van de vermoorde pelgrims en lieten ze onbegraven achter.
Evermarus met zijn gezellen gevangen Een week later ging hofmeier Pepijn van Herstal met zijn mannen op jacht in dat bos. Ze ontdekten de lijken en Pepijn zag dat het hoofd van Evermaar licht leek uit te stralen. Hij liet Evermaar apart begraven en de anderen werden samen in een kuil begraven.
Twee eeuwen later ontdekte een pastoor het graf van Evermaar. Hij liet de vermoorde pelgrim ontgraven en na heel wat onderhandelen met de bisschop, mocht de pastoor de relieken van Sint- Evermaar op het altaar verheffen.

Sint-Evermaar heeft Rutten en omstreken vele eeuwen moed en zegen geschonken en elk jaar vieren ze dan ook hun Sint-Evermaar op 1 mei. Een stoet trekt naar een weiland en dan wordt de bovenstaande legende uitgebeeld.