St. Jacobiparochie, 24 maart 2001
Uitgeput pelgrimsgezelschap komt aan in St.-Jabik
Regen, harde oostenwind, lentesneeuw en blaren op de voetzolen: uitgeput van de zeven dagen durende wandeling bereikten twaalf pelgrims uit Utrecht zaterdag hun bestemming St.-Jacobiparochie. Met de nodige vertraging, dat wel. Want ook pelgrims moeten rekening houden met de mond- en klauwzeercrisis.
Op 18 maart begon Arnold Smits uit Schoonhoven aan de pelgrimsroute van het Utrechtse Cabauw naar St.-Jacob, een tocht van zo'n 255 kilometer. Smits liep de tocht, een Nederlandse variant op de pelgrimstocht van St.-Jacob naar Santiago de Compostela, samen met elf anderen.
De groep kwam twee uur later aan dan gepland. Onderweg moest enkele malen van de uitgestippelde route worden afgeweken in verband met de maatregelen rondom de mond- en klauwzeercrisis. Het Schalsumerpad was afgesloten, evenals enkele paden rondom Franeker.
Het onthaal was er niet minder feestelijk om. Onder muzikale begeleiding van muziekkorps Intermezzo uit St.-Anne heette burgemeester Dankert de pelgrims welkom. Dankert zei enige verwantschap te voelen met Santiago de Compostela en was zeer vereerd de twaalf wandelaars te mogen ontvangen. "Jullie hebben het doel bereikt, maar het doel is niet het allerbelangrijkste. Het onderweg zijn, dat maakt de ware pelgrim."
Nadat Dankert iedere wandelaar een ketting met een wulk om de schouders had gehangen wachtte hen een stevige portie hutspot in De Groate Kerk.
Zondagochtend leidde pastoor Van der Wal een speciale eucharistieviering in De Groate Kerk. Het Utrechtse gezelschap legde daarna het laatste deel van de pelgrimstocht af, van St.-Jacob naar Zwarte Haan.
(Bron: De Bildtse Post, foto J. Bonefaas)