De hauk
De hauk docht jin tinken oan 'e swarte spjocht: dat útlitten laitsjen, earst efkes op gleed komme en dan lang oanhâlde, mar helte heger en net klú - klú - klú, mar mear kii - kii - kii - ky - ky - ky-ky-ky.
De hauk is sawat like grut as de mûzefalk. Hy is meastal te finen yn in ôfwikseljend lânskip: iepen, mei hjir en dêr in bosk of boskje.
In het verleden werd de havik zeer ernstig bedreigd vooral door
pesticiden. Maar ook, en nog steeds, rechtstreeks door de mens.
Jongen van haviken verlaten Oost-Nederland omdat daar nog weinig
houtduiven zijn om te eten. Die duiven zijn in aantal gedaald, nu veel
boeren van graan op maïs zijn overgestapt. De ongeveer 1800 haviksparen
eten graag hapjes van 100 à 400 gram en pakken daar wegens de
voedselschaarste nu meer sperwers, valken en buizerds. Hun eetlust is
zo groot dat het aantal boomvalken binnen tien jaar is gezakt van 2000
naar 750 paar. In bossen waar haviken leven, komen nog amper boomvalken
voor.
Boarne: "IVN Vecht en Plassengebied"